Nefrotisch syndroom

Het nefrotisch syndroom is een nierziekte met een combinatie van verschijnselen, waaronder een groot eiwitverlies via de urine (proteïne-urine), een te laag eiwitgehalte in het bloed (hypoalbuminemie), een te hoog vetgehalte in het bloed (hyperlipidemie) en vochtophoping in voornamelijk de benen (oedemen). Het merendeel van de patiënten met het nefrotisch syndroom is ouder dan 30 jaar. In sommige gevallen is de ziekte erfelijk.

Eiwitverlies

Voortdurend eiwitverlies in de urine is één van de belangrijkste kenmerken van het nefrotisch syndroom. Wanneer er meer dan 3,5 gram eiwit per 24 uur het lichaam verlaat, is dat een sterke aanwijzing dat het om het nefrotisch syndroom gaat. Daardoor is er een veel te laag eiwitgehalte in het bloed terug te vinden, wat weer invloed heeft op de vochtafvoer van het lichaam. Bij het nefrotisch syndroom vindt er daarom veel vochtophoping plaats in weefsels, buikholte en benen. Bovendien compenseert de lever het verlies aan eiwit door extra vetten en cholesterol te produceren. Dat betekent dat bij het nefrotisch syndroom sprake is van een hoog vetgehalte in het bloed met daardoor de kans op hart- en vaatziekten.

Oorzaak

De oorzaak van het nefrotisch syndroom is terug te vinden in de nierfilters (glomeruli), die teveel aan eiwit doorlaten. Via de urine verlaten deze eiwitten het lichaam. Het lichaam kan dit eiwitverlies niet goed aanvullen, waardoor een tekort aan eiwit ontstaat. De reden dat de nieren niet goed meer filteren is niet altijd duidelijk. Men spreekt dan van primaire oorzaken van het nefrotisch syndroom. Daarnaast zijn er ook secundaire oorzaken, waaronder een infectieziekte als hepatitis B, kanker of lymfeklierkanker als ziekte van Hodgkin.

Behandeling

De behandeling bestaat zowel bij primair als secundair nefrotisch syndroom uit bestrijding van oedemen door middel van vochtafdrijvende middelen. Bij het secundair nefrotisch syndroom wordt bovendien de onderliggende oorzaak als eerste behandeld. Als er sprake is van het primair nefrotisch syndroom dan worden in het HagaZiekenhuis corticosteroïden ingezet in de behandeling van drie maanden. Blijkt na deze periode dat de medicatie geen tot weinig uitwerking heeft, dan is nier-vervangende therapie noodzakelijk in de vorm van nierdialyse of uiteindelijk niertransplantatie.